Cultuur, amateurkunst maakt het verschil

Met de lancering van de nieuwe website start ook een nieuw onderdeel, een reglamtige blog. Vanaf deze plek ga ik u regelmatig op de hoogte houden van wat er, vanuit liberaal oogpunt, zoal speelt in de Bossche politiek, als een soort kijkje in de keuken van onze lokale politiek.Om te beginnen over het”hete hangijzer” Cultuur.

  Het kabinet Rutte heeft een verandering in gezet op het gebied van cultuurbeleid. Cultuur moet in de ogen van het kabinet weer meer een lokaal onderwerp worden en niet centraal vanuit de Rijksoverheid aangestuurd worden.

 Deze liberale gedachte kunnen we vanzelfsprekend ook naar ’s-Hertogenbosch vertalen. In de Bossche politiek lijkt het beleidsterrein Cultuur af en toe maar uit drie projecten te bestaan: de kandidatuur als Brabantstad voor Culturele Hoofdstad 2018, het Museumkwartier en het proces om tot een nieuw theater te komen.

Uiteraard zijn deze projecten belangrijk voor de stad. Maar cultuur in ’s-Hertogenbosch is zoveel meer en juist daar in kan de stad zich onderscheiden.

 In 2009 is de laatste cultuurnota voor Den Bosch vastgesteld. Toenmalig VVD-raadslid Anneke Schults heeft bij die nota een wijzigingsvoorstel ingediend waarin  muziekcultuur, cultuurhistorie en amateurkunst lokale speerpunten werden. Een goede zet van de toenmalige fractie!

 Wat in mijn ogen Den Bosch namelijk zo onderscheidend maakt ten opzichte van andere steden is juist de veelheid aan cultuur die door vaak kleinere groepen gebracht wordt. En met kleiner bedoel ik niet per definitie klein in aantal,maar meer in “kleiner georganiseerd”. Juist voor deze cultuurgezelschappen, die veelal draaien op vrijwilligers, moet er mijns inziens volop ruimte komen. Amateurgezelschappen hebben vaak al voldoende aan subsidies van enkele duizenden euro’s,terwijl we vaak jaarlijks het veelvoud overmaken aan de grotere, gevestigde instellingen.Die grote, professionele instellingen blijven uiteraard belangrijk voor de  stad,maar we mogen de amateurkunst niet vergeten!

Het zou toch mooi zijn als er ieder weekend amateurgezelschappen op zouden treden in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch of in het centrum van Rosmalen. Als er ieder weekend iets te doen is in de binnenstad, dan trekt dat vanzelf meer bezoekers. De stad leeft dan immers en bruist volop en daar komen de mensen op af.

 Je vangt op die manier meerdere vliegen in één klap. De amateurkunst krijgt een boost omdat ze regelmatig op kunnen treden, de subsidiegelden worden efficiënter en meer gespreid besteed en onze lokale ondernemers hebben baat bij de toenemende bezoekersaantallen.

 Vanuit die gedachte heeft de fractie in 2009 al gepleit voor een veel prominentere positie voor de amateurkunst in het Bossche cultuurbeleid. Vooral in tijden als deze, waarin iedereen de broekriem nog eens extra aanhaalt, is het van belang dat subsidies niet automatisch eenzijdig worden toegekend aan de grotere, gevestigde cultuurinstellingen in onze stad, maar dat juist ook de kleinere cultuurinitiatieven de ruimte krijgen. En aangezien je ook subsidiegelden nu eenmaal slechts één keer kunt uitgeven (al denken bepaalde politieke partijen daar soms nog heel anders over), ligt er voor de Bossche VVD een schone taak in het verdedigen van de belangen van de amateurkunst in onze mooie stad.

Reacties zijn gesloten.